Het is alweer bijna 15 jaar geleden. Ik was op pad met de directeur-eigenaar van de kleine onderneming waar ik werkte als consultant. We waren in België bij een klant een workshop aan het verzorgen en we deden dat samen met een grote zakenpartner. Ik ving het gesprek van ‘mijn baas’ met een medewerker van die zakenpartner op. Hij klaagde over zijn werknemers en daar ging hij onredelijk ver in. En oh ja, de ander deed mee; het was een wedstrijdje ver-pissen voor kleine bazen. Het gesprek was niet voor mijn oren bedoeld, want ik was natuurlijk ook één van die (weinige) werknemers, maar ik voelde me intens naar beneden gehaald. Ons kleine, toen redelijk succesvolle team, werd eigenlijk afgedaan als ‘niets’. Hij was de primaat, niet wij en wij kregen niet eens het respect dat we verdienden, terwijl hij alle winst opstreek en beslissingen nam zonder enige ruggenspraak…

Dit is eigenlijk de manier waarop bedrijven, met name commerciële bedrijven, omgaan met hun werknemers en het wordt gewoon geaccepteerd… Alleen, dit past niet bij de manier waarop ik werk: als ik me inzet voor een organisatie, maak ik er voor mijn gevoel deel van uit; het bedrijfsbelang is ook mijn belang. Daarom ben ik loyaal en toegewijd. Zonder mensen als ik (en heus, ik ben de enige niet) krijg je echt totaal niks van de grond…gaat die kassa nooit rinkelen…
Volgens mij is dit op microschaal wat er nu in de wereld gaande is. Landen worden door sommige zogenaamde leiders bestuurd als ‘ondernemingen’. Het gaat erom de concurrentiestrijd te winnen en wie niet meedoet, ligt er sowieso uit…Deze leiders denken dat ze land kunnen inpikken, bezitten, uitputten en ontmantelen, zoals in het achterlijke westerse bedrijfsleven rücksichtslos concurrenten vijandig worden overgenomen. Zeggenschap vanuit de bevolking, waar het eigenlijk om zou moeten draaien omdat zij de boel draaiende houden, staat heel erg onder druk. Want eigenlijk kan er maar één (meestal) man bovenop de apenrots staan en op zijn borst kloppen…en dat vereist een schrikbewind waar de sterkste altijd wint, meestal kwaadschiks… De paradox is dat die sterkste eigenlijk de zwakste schakel is, want er komt een ellendige, gefrustreerde schepping uit voort. De zogenaamde ‘winnaar’ stimuleert – bewust of onbewust – de zwakte, het verlies van ‘hart’ in het bedrijf, de samenleving en legt daarmee de kiem voor de uiteindelijke, zeer destructieve ondergang. Misschien niet meteen financieel, wel gegarandeerd al heel snel in vele andere opzichten.
Ga nog een stapje verder op microniveau. Een gezin waar een dominante tiran huist, is nooit een veilig thuis, nooit een goede basis. Alleen psychiaters worden er misschien rijk van. Het diepgewortelde gevoel van onbehagen kan nog generaties lang doorwoekeren…
Mijn punt in dit verhaal: moeten we niet eindelijk eens totaal iets anders gaan doen en zelf in de spiegel kijken? Wie wint er echt als er maar één winnaar is? In de realiteit wordt daarmee de winnaar óók verliezer. Een wedstrijd kan niet meer zijn dan een spel, misschien een stimulans om te focussen of iets verder te gaan dan je normaal zou doen. In het echte leven – óók en juist vooral in de economie – draait het om harmonie en samenwerking, zodat er rustig en in vertrouwen gewerkt kan worden aan iets moois, waar iedereen wel bij vaart.
Ik weet dat dit misschien te idealistisch klinkt om waar te zijn, maar kijk om je heen: je ziet ongelofelijke dingen gebeuren, die je nooit voor mogelijk achtte, maar die onafwendbaar tot héél veel verlies leiden. Misschien kunnen we dit tij nog keren: door een verhevener, volwassener overtuiging over wat menszijn betekent eindelijk serieus te nemen.
Persoonlijk ben ik er diep van overtuigd dat dit de kern van het probleem is. Nu jij weer!
Plaats een reactie