Waar economie het hart raakt

Elinors erfenis

Tot mijn grote schande had ik jarenlang geen idee wie Elinor Ostrom was, terwijl ik toch al ettelijke jaren werk op de campus van de universiteit waar het onderkomen van de faculteit managementwetenschappen genoemd is naar deze bevlogen onderzoeker. Ostrom won in 2009 de Nobelprijs voor economie en zij was tot op de dag van haar dood in 2012 bezig met onderzoek.

Ik kwam haar naam tegen in De Donuteconomie, het revolutionaire en voor iedereen toegankelijke boek van Oxfordeconoom Kate Raworth (lees het eens, je kunt het overal kopen of lenen, maar wil je in het kort weten waar dit over gaat, kijk dan even naar dit filmpje).

Het valt me vaak op, dat het lang duurt voor ideeën gemeengoed zijn. Bij de ‘donut’ is dat redelijk goed gelukt, maar de ideeën van Ostrom zijn volgens mij helemaal niet zo bekend. (Hoewel ik ook nog echt geen ‘donut’ zie ontstaan in de zwaar getroubleerde wereld van nu.)

Ik word daar altijd een beetje ongedurig van…is de kloof tussen de wetenschap en ‘de echte maatschappij’ zo groot? Vaak vermoed ik van wel. Misschien moeten we hier bij de harteconomie er ook wel naar streven interessante denkbeelden over alternatieve economische mogelijkheden voor het voetlicht te brengen, zodat die een beetje afdalen naar de mensen die iets dichter bij de praktijk van alledag staan…

In dit verhaal gaat het om gemeenschappelijk beheer van zaken die je als gemeenschap nodig hebt. Hier wordt uitgegaan van natuurlijke hulpbronnen, maar ik denk dat de uitgangspunten best kunnen gelden voor alles wat gemeenschappelijk eigendom is. In de harteconomie gaan we er immers uit van het idee dat het begrip ‘overheid’ beter getransformeerd zou kunnen worden naar ‘gemeenschap’?

Heel in het kort toonde Elinor Ostrom het volgende aan.

De aanname heerste dat gemeenschappelijk beheer van natuurlijk hulpbronnen – in haar terminologie ‘commons’ niet floreerde. Notabene op basis van conclusies van een microbioloog (!),  Garrett Hardin. Gemeenschappelijk gebruik van hulpbronnen zou volgens hem bij mensen leiden tot overmatig gebruik en uiteindelijk uitputting van de bron… (Zijn gedachtengang komt erop neer dat we de groei van het aantal mensen op aarde beter zouden beperken en daar zit ook wel iets in…) Maar hiermee durfde hij toch wel de godfather van de moderne economie – Adam Smith – tegen te spreken, die al in de 183 eeuw inzag dat het belang van het individu in sterke mate verbonden is met dat van de gemeenschap…

En eerlijk: je bent soms geneigd om Hardin gelijk te geven, want goedbedoelde experimenten met gemeenschappelijke goederen lopen soms uit op een drama…

Ostrom kwam tot een hele andere conclusie, toen ze onderzoek deed onder kleine groepen die dit onderling op een hele werkbare manier opgelost hadden. De volgende stelling is daarom bekend als de wet van Ostrom: een ordening van hulpbronnen die in de praktijk werkt, kan ook in theorie werken.

Dit is natuurlijk precies waar het in de harteconomie om draait en dit biedt ons juist een grote uitdaging, want wij denken zelfs op veel bredere schaal… Waarom tonen we niet in de praktijk aan welke economische processen echt werken en gaan we vervolgens kijken in hoeverre we daar een bruikbare theorie aan kunnen hangen, als een soort handleiding voor groepen mensen die die processen in hun samenleving willen integreren?

Volgens Ostrom zijn er 8 “design principes” voor stabiel beheer van gedeelde hulpbronnen (dit stukje heb ik gewoon uit wikipedia geplakt):

Voor grootschalige gemeenschappelijke bronnen een gelaagd systeem met lokale groepen

Duidelijke gedefinieerde grenzen van wat de gemeenschappelijke middelen zijn en wie de gebruikers zijn

Aanpassing aan lokale omstandigheden

Gemeenschappelijke besluitvorming door de bezitters

Toezicht door of in opdracht van de bezitters

Graduele strafmaatregels bij overtreding

Goedkope en laagdrempelige arbitrage bij geschillen

Zelfbeheer van de gemeenschap en erkenning door hogere autoriteiten

Kortom: je moet het gemeenschappelijk delen van bronnen heel goed regelen. Misbruik en uitputting systematisch tegengaan, maar ook: iedereen zeggenschap geven en echt in eigendom laten zijn van degenen die er gebruik van maken / aan meewerken.

Als dit principe werkt voor hulpbronnen, waarom zou dit model dan niet werken voor andere gemeenschappelijk zaken, zoals wegen, internet, vervoermiddelen, noem maar op? Misschien zelfs ook woonwijken, gemeenschapshuizen, winkelcentra en…ondernemingen?

Aan ons de uitdaging om hier op voort te borduren. Dat willen we natuurlijk niet alleen doen, maar samen met jou. Dus reageer, sluit je aan, doe mee!

Plaats een reactie