Waar economie het hart raakt

over het dubbeltje en de eerste rang

Zojuist trof mij een interview met Mirjam van Velthuizen, financieel bestuurder van ProRail (de beheerder van het Nederlandse spoornet) in NRC. Die organisatie moet van rijkswege enerzijds pijnlijk moeten snijden in kosten en anderzijds aan steeds meer maatschappelijke voorwaarden voldoen, zoals nog harder werken aan sociale veiligheid en streven naar een nog grotere punctualiteit op ons druk belaste spoorsysteem. Uiteindelijk zal dit leiden tot een nóg duurder kaartje voor het OV, want de investeringen moeten érgens vandaan komen. En wil de Nederlandse reiziger daar dan extra in investeren of gaan we juist – ondanks ons kwijnende klimaat en afgesloten zeestraten – dan toch massaler de snelweg op?

Foto door Filip Filipovic op Pexels.com

Hier valt heel veel over te zeggen, bijvoorbeeld over het gedwongen ‘vermarkten’ van de dienstverlening van Prorail in de jaren 90.

Maar dit raakt óók aan het gevoel dat ik al een tijdje heb en ik weet niet of wij altijd op de knip bivakkerende Nederlanders daar nu meer last van hebben dan andere wereldburgers…Mijn sentiment gaat hierover: waarom verwachten wij toch steeds dat we zo weinig mogelijk moeten betalen voor een goed product of een behulpzame dienst? Negatief gesteld: waarom gaan we er toch steeds vanuit dat we worden afgezet door onze leveranciers?

Is het gros van de ondernemers alleen maar bezig zoveel mogelijk geld uit de klant of afnemer te trekken door zo weinig mogelijk te investeren en zo veel mogelijk te vragen voor het product of ligt dit – grosso modo – toch nét iets anders?

Moet je heel vaak al niet al heel veel passie, bevlogenheid, werk- en investeringslust inbrengen om een waardevol product of fijne dienst alleen maar goed in de markt te zetten en te houden? Moeten we als afnemer – vanuit welke hoek ook- niet gewoon meer respect daarvoor hebben?

Deze dualistische inslag – aan de ene kant een producent of leverancier (particulier, onderneming, maatschappelijke organisatie of overheid) en helemaal aan de andere kant een klant (particulier, onderneming, maatschappelijke organisatie of overheid), beheerst nog steeds ons economische denken.

Ik vind dat heel jammer en een grote denkfout. Want juist de economie bewijst steeds hoe onderling verbonden we zijn: als jij als consument durft te investeren in een goed product, bied je dat product kansen en groeimogelijkheden. Dat leidt dan ook weer tot méér ruimte om de mensen die verbonden zijn met juist dat goed presterende bedrijf te voorzien van inkomen, wat weer heel veel nieuwe economische mogelijkheden creëert.

In de economie beïnvloedt alles alles en échte groei – en dan heb ik het dus níet over nettowinsten – ontstaat alleen als we hier evenwichtig mee omgaan. Het belangrijkste wat ik wil zeggen is dit: als je elkaar iets extra’s gunt, is er meteen véél meer ruimte voor iedereen. In mijn optiek ontstaat dan niet alleen meer rust en bestaanszekerheid, maar ook creativiteit, plezier en….jazeker: geluk!

Dus trek gewoon dat royale tientje uit je knip voor die eerste rang. Voelt gewoon heerlijk!

Plaats een reactie